‘Als we ons bewust worden van onze aangeboren goedheid voelt het leven weids aan, zoals de zee. Er is ruimte om ons te ontspannen en te ademen en te zwemmen.’

Ik ontmoet zoveel rakende uitspraken en zinnen in het dagdagelijkse leven dat ik ze allemaal zou willen vangen en bewaren. Ik stel me hierbij al voor hoe ik er met een vlindernetje achteraan ga en ze opberg in glazen potjes, zoals de GVR van Roald Dahl. Deze fantasie zal ik nooit tot werkelijkheid kunnen brengen, maar via deze rubriek doe ik toch een bescheiden poging om iets van al dat moois bij te houden en te bewaren. 

‘Als we ons bewust worden van onze aangeboren goedheid voelt het leven weids aan, zoals de zee. Er is ruimte om ons te ontspannen en te ademen en te zwemmen.’*
Uit: ‘Als je wereld instort’ van Pema Chödrön

De zee heeft altijd al tot mijn verbeelding gesproken.
De zee voelde voor mij altijd al als thuis.
De zilte lucht.
Het uitgestrekte water.
Het oneindige van eb en vloed. En de betrouwbaarheid ervan.
De patronen in het zand.
Het meeuwengeschreeuw.
De lucht, oh, de lucht die nergens zo veranderlijk schoon is.

En de weidsheid.
Ja, ook de weidsheid zoals Pema Chödrön die beschrijft in bovenstaande zin.
De weidsheid van de zee wekt de weidsheid in mezelf.
Er komt ruimte in mijn hoofd
en mijn vele hersenspinsels verdwijnen naar de achtergrond.
Of eigenlijk is het juister om te zeggen dat ze naar de voorgrond verdwijnen,
terwijl ik naar de achtergrond verschuif.
Ik doe een stap naar achter en zet me in de zachte zetel van mezelf.
Van daar kan ik dat eeuwige drukke brein van mij gewoon observeren,
en het grotere plaatje zien.
Ik kom uit het gehussewus en het geharrewar
en voel wat echt belangrijk is,
wie ik echt ben.
Ik kan voorbij aan de strijd van ‘goed’ of ‘fout’
en kom aan bij ‘gewoon zijn’
weten dat ik goed ben,
dat ik belong,
thuishoor in deze wereld,
ookal voelt het niet altijd zo.
Ik kom aan bij weten dat ik waardevol ben,
hoe dan ook.

Het doet me denken aan het boek ‘The happiness trap‘ (of in het Nederlands: De valstrik van het geluk) over Acceptance en Commitment Therapy (ACT) (een aanrader, trouwens!). Daar wordt het onderscheid gemaakt tussen het ‘denkende zelf’ en het ‘observerende zelf’.

  • Het ‘denkende zelf’ is dat deel van onszelf waarmee we denken, plannen, beoordelen, vergelijken, creëren, voorstellen, analyseren, ons herinneren, dagdromen,…
  • Het ‘observerende zelf’ is verantwoordelijk voor focus, aandacht en bewustzijn. Het kan je gedachten observeren en er aandacht aan besteden, maar het kan zelf niet denken. Met dit stuk van jezelf neem je je ervaringen direct waar (in tegenstelling tot je ‘denkende zelf’ waarmee je over je ervaringen nadenkt)

De zee brengt me direct in contact met ‘mijn observerende zelf’:
gedachten laten komen en gaan,
ze niet te ernstig nemen,
ze zien voor wat ze zijn:
verhalen die ik mezelf vertel en die niet noodzakelijk waar zijn.
Het leven ervaren in de plaats van erover na te denken.
En ja, als vanzelf uitkomen bij een gevoel van ‘aangeboren goedheid’ en ‘mijn geboorterecht’,
mijn bestaan niet moeten verantwoorden of verdienen.

De zee is jammer genoeg nogal ver,
daarom gaf ik de uitspraak van Pema Chödrön een plek aan mijn bureau,
zodat ik er regelmatig in gedachten naartoe kan reizen.

PS Nog een extraatje voor wie de moeite deed om zo ver te lezen (waarvoor dank :-)). In mijn tienertijd was ik gek op gedichten en hield ik een schrift bij waarin ik de allermooiste verzamelde. Soms komen er flarden van gedichten terug op in mijn hoofd, zoals nu ook over de zee: ‘Nooit nam iemand je zo mee, nooit bracht iemand je zo thuis.’

Na even zoeken vond ik het terug. Het is een gedicht van Hans Bouma. Ik kan het vandaag nog altijd appreciëren.

Luisteren
naar de zee

die je zomaar
in vertrouwen neemt,

je laten volstromen
met haar verhalen,

wegdromen
op de golven
van haar lied.

Ademloos luisteren
naar de zee,

nooit
nam iemand je zo mee,

nooit
bracht iemand je zo
thuis.

Hans Bouma

*Ik stond mezelf de dichterlijke vrijheid toe om het citaat iets in te korten (en hiervoor lichtelijk aan te passen). Hier lees je het oorspronkelijke citaat:

‘Door oefening gaan we beseffen dat we de vreugde en openheid die in ieder ogenblik van ons bestaan aanwezig zijn, niet hoeven te verdoezelen. We kunnen ons bewust worden van onze aangeboren goedheid, ons geboorterecht. Als we daartoe in staat zijn, gaan we niet langer gebukt onder depressie, gepieker of rancune. Het leven voelt weids aan, zoals de hemel en de zee. Er is ruimte om ons te ontspannen en te ademen en te zwemmen, zo ver de zee in te zwemmen dat de kust geen aanknopingspunt meer is.’
Uit: ‘Als je wereld instort’ van Pema Chödrön

Eén reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *