Tranen verdringen

Onze dochter van 7 houdt van ponyrijden.
Iedere zaterdag gaat ze goedgezind naar de les. En de rest van de week telt ze af tot het weer zo ver is ðŸ™‚

Toen ze vorige week thuiskwam, zag ik echter meteen aan haar gezicht dat er iets was. Ze liep naar me toe en begon te huilen. 
Ik nam haar in mijn armen en het hele verhaal kwam eruit. 
Ze was van haar pony gevallen, was geschrokken, had zich pijn gedaan.
En de juf had gezegd dat ze moest stoppen met wenen. 
Het raakte me. Dat ze gevallen en geschrokken was.
Maar vooral nog dat ze van de juf niet mocht wenen. Ik zei haar dat ze nu mocht wenen. En dat ik het er niet mee eens was dat het van haar juf niet mocht. Dat wenen een heel normale en gezonde emotionele reactie is en dat het niet nodig en goed is om dat te onderdrukken. 

Onze dochter van 5 aanhoorde ons gesprek en viel ons bij: ‘Wij moeten ook stoppen met wenen op school. De juf telt tot 3 en dan zijn alle traantjes weg.’ 
Ze verkondigde dit alsof het een onaantastbare waarheid is. Alsof het gewoon zo hoort dat kinderen moeten stoppen met wenen als de juf dat vraagt of wilt.
In mijn ogen is het nochtans maar even waar als dat de aarde plat is. Niet dus.

Het raakt me.
Dat dit is wat onze kinderen leren op school en op hun hobby’s.
Als je je tranen verdringt ben je flink, als dat niet lukt ben je ‘stout’. 
Als je blij en goedgezind bent, word je geliefd. Als je huilt, verlies je de goedkeuring van de ander, val je uit de gratie
.
Dit terwijl die ander, die volwassene, die juf en zijn/haar goedkeuring als kind zo belangrijk voor je is. Hoe jonger je bent, hoe meer je hele veiligheid en zijn afhangt van of de ander zorg voor je wil dragen, dus je kan maar beter uitkijken.

Het raakt me. Het verbaast me.
En toch ook weer niet.
Want het onderdrukken van emoties bij kinderen zie en hoor ik zo vaak. Onlangs viel het me bijvoorbeeld nog op in ‘Het grote emotieboek van Karel’ van Liesbet Slegers (terwijl ik over het algemeen nochtans erg van haar boeken houd). 
Karel wordt er boos omdat hij wil kleuren in de plaats van mee te gaan naar de winkel. Zijn mama geeft als reactie ‘dat ze het niet leuk vindt als hij boos is’. Karel begint te huilen (ha ja, want zijn veiligheid komt in het gedrang) en wordt snel weer ‘mama’s beste vriend’.

Wat heeft Karel (en de lezertjes van dit boek) hier volgens mij geleerd?
Dat boosheid voelen en uiten gevaarlijk is, het brengt zijn relatie met zijn mama (en dus zijn veiligheid) in het gedrang,
Dat je ‘geen beste vrienden meer bent als je boos bent op elkaar’ (is dat wel zo? kunnen beste vrienden niet eens boos zijn op elkaar en toch nog altijd beste vrienden zijn?).
Dat je boosheid moet onderdrukken en wegstoppen (maar waar moet hij er mee naartoe? dat wordt hem niet uitgelegd. door ze weg te stoppen, is ze natuurlijk niet verdwenen).

En is dit wat we onze kinderen willen leren en meegeven?
Ik alvast niet. Ze zijn zoveel meer en beter waard.

Het raakt me. Het verbaast me.
En toch ook weer niet. 
Want volwassenen sporen elkaar ook aan om emoties te onderdrukken en enkel ‘het positieve’ te laten zien. 
Natuurlijk zeggen we niet tegen die verdrietige collega of vriendin ‘dat ze haar traantjes weg moet doen’. 
Nee, we verpakken een gelijkaardige boodschap in mooier klinkende woorden als: ‘kom op, er zijn ergere dingen’, ‘kop op, bekijk het van de positieve kant’, ‘komaan, wees dankbaar om wat je allemaal wel hebt’,… 
Eigenlijk drukken we hiermee het verdriet van de ander de kop in. We maken duidelijk dat (te veel) verdriet niet gewenst is (Hiermee bedoel ik trouwens geen oordeel uit te spreken. Ik geloof dat we dit vaak onbewust en goedbedoeld doen. We doen het zo omdat we het zo geleerd hebben of niet leerden hoe het anders kan.).

In deze podcast waarin Brené Brown  in gesprek gaat met Susan David wordt het beschreven als ‘toxic positivity’.
Ja, positiviteit kan toxisch werken wanneer het ‘moet’, wanneer het geforceerd wordt, wanneer we met onze (zogezegde) positiviteit voorbij gaan aan het pijnlijke en het moeilijke.
Susan David stelt het scherp, namelijk dat wanneer we elkaars verdriet wegwuiven, eigenlijk zeggen: ‘Mijn comfort is me meer waard dan jouw welzijn’. Want dat is meestal (of altijd?) de reden waarom we het verdriet van de ander liever niet horen: het doet ons ongemakkelijk voelen, omdat het raakt aan onze eigen onderdrukte pijn. 

‘Cliënten vinden zichzelf pas terug als hun verhaal ten volle wordt gehoord door een ander die relatie met hen aangaat en het aangedane onrecht ten volle erkent.’
Andries Baart

In onze samenleving waar de focus ligt op het ervaren van zogezegde ‘positieve emoties’ is het dan ook niet verwonderlijk dat onderzoek aantoont dat mensen met een depressie of angsten niet alleen lijden aan de depressie of angsten zelf, maar ook aan de maatschappelijke druk om gelukkig te zijn. Door het gevoel te krijgen dat je niet aan de sociale standaard voldoet wanneer je angstig of depressief voelt, ga je je slecht voelen over jezelf, wat de gevoelens van angst of depressie vervolgens versterkt. Feeling bad about being sad, dus (Dejonckheere, E & Kuppens, P., 2017).

Dan ga je toch gewoon naar de psycholoog of naar de therapeut om het te hebben over je verdriet en pijn? 
Jammer genoeg moet ik je ook daar teleurstellen.
Ook hulpverleners hebben het niet altijd gemakkelijk om de ander/de cliënt in zijn verdriet, pijn en wanhoop te ontvangen. Ook hulpverleners willen deze pijn vaak liever weg of getransformeerd zien in ‘iets positiefs’ Ook hulpverleners hebben het soms moeilijk om het met gevoelens van pijn en onmacht ‘uit te zitten’.
Deze blog van Johan Van de Putte (psycholoog en therapeut) over ‘wentelen, slachtoffer-rollen en zelfmedelijden’ raakte me in dit verband. Het gaat over hoe er een negatieve connotatie kleeft aan ‘slachtofferschap’ en ‘zelfmedelijden’. Over hoe hulpverleners onder elkaar wel eens met deze woorden over cliënten spreken. Over hoe dit ertoe leidt dat deze zelfde cliënten (opnieuw) niet echt gehoord worden en diepe eenzaamheid (blijven) ervaren. Over ‘hoe cliënten zichzelf pas kunnen terugvinden als hun verhaal ten volle gehoord wordt door een ander die relatie met hen aangaat en het aangedane onrecht ten volle erkent‘ (naar Andries Baart, de grondlegger van de presentie-theorie).

‘In de plaats van ons voor pijn te weren en ons ervoor te verstoppen, kunnen we ons hart openen en onszelf toestaan die pijn te voelen, haar te voelen als iets waarvan we milder en zuiverder worden, dat ons liefdevoller en aardiger maakt.’
Pema Chödrön

Ook in ‘Als je wereld instort’ van Pema Chödrön las ik hierover een toepasselijk citaat:  ‘Om compassie voor anderen te kunnen voelen moeten we compassie voor onszelf hebben. Met name als we om mensen willen geven die angstig zijn of boos, jaloers, ten prooi aan allerlei verslavingen, alles wat je maar bedenken kunt – als we compassie voor die mensen willen hebben en om hen willen geven, dan betekent dat dat we niet weglopen voor de pijn als we deze dingen in onszelf tegenkomen. Onze hele instelling ten opzicht van pijn kan zelfs veranderen. In plaats van haar te weren en ons ervoor te verstoppen, kunnen we ons hart openen en onszelf toestaan die pijn te voelen, haar te voelen als iets waarvan we milder en zuiverder worden, dat ons liefdevoller en aardiger maakt.’ 
Pijn toelaten dus, er laten zijn, ons ervoor openen, ons erdoor laten raken. Het is het tegenovergestelde van wat we geneigd zijn te doen. Niet gemakkelijk dus, maar wel de moeite waard. (Als je concrete handvatten zoekt om hierin te groeien, vind ik het boek ‘The happiness trap‘ een aanrader)

Er is dus nog veel werk aan de winkel.
We moeten onze kinderen iets leren wat we zelf niet geleerd hebben, niet op school en vaak ook niet van onze ouders (die het zelf ook niet leerden van hun ouders of leerkrachten). 
In dit verband ben ik blij met de opkomst van ‘Aware parenting’ of ‘Bewust opvoeden’. In deze visie wordt het als belangrijk aanzien dat kinderen mogen voelen wat ze voelen en uiting mogen geven aan wat ze voelen (met uiteraard als grens dat ze zichzelf en anderen of spullen niet mogen stuk maken). Professionals in Vlaanderen die deze visie uitdragen, hebben zich verzameld in het netwerk Afgestemd Opvoeden
De visie van ‘Aware parenting’ proberen wij ook handen en voeten te geven in onze opvoeding, met vallen en opstaan.
En daarnaast ga ik mijn eigen weg en leerproces in het goed leren omgaan met emoties. Er ruimte voor maken (ja, ook voor ‘die lastige’). Ze leren kennen. Er woorden aan geven. Nieuwsgierig en open zijn naar wat ze me te vertellen hebben (want dat hebben ze: emoties zijn boodschappers!) en vervolgens bewust kiezen welke actie(s) ik onderneem (want openstaan voor je emoties wil niet zeggen dat je je laat leiden door je emoties bij het nemen van beslissingen, ze mogen gerust in je auto zitten, maar trust me, je hebt ze liefst niet aan je stuur :-)). 

Dejonckheere, E. & Kuppens, P. (2017). Don’t worry, be happy: depressie en de maatschappelijke druk om gelukkig te zijn. Tijdschrift Klinische Psychologie, 47e jaargang, nr. 4 (okt-dec 2017).

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *