Ik geef je de zon – Jandy Nelson

Het is zo’n boek dat niet vaak voorbijkomt.
Het is mooi. Echt mooi. Bij momenten haast onverdraaglijk mooi. Net als de te lekkere donuts die Jude (één van de hoofdpersonages) eet bij Guillermo. (‘De pure warme chocola neemt bezit van mijn mond, schakelt mijn brein uit en brengt me in een bovennatuurlijke staat van zijn. (…) ik ben weerloos, en voordat ik het weet heb ik mijn ogen dicht en vliegen de woorden uit mijn mond ‘O mijn god, wat is dit?’ Ik neem nog een hap en kreun dan zo obsceen dat ik niet kan geloven dat het uit mij kwam.’)

Vooral het personage van Noah nam me helemaal mee. Het minste wat je kan zeggen is dat hij een heel originele kijk op de wereld heeft. Zo schildert hij de hele dag door in zijn gedachten en beschrijft de wereld alsof het een kunstwerk is

‘Ik begin te rennen, dwars door de lucht, door het blauw dat van de hemel schuin naar beneden valt, dat achter me aan komt terwijl ik in het groen verdwijn, talloze tinten groen, die om elkaar een draaien en zich mengen tot er een geel ontstaat. Een bizarre kleur geel, die frontaal botst met het punkhaar-paars van de lupines: overal. Ik absorbeer het allemaal, alles, alles, alles – en word gelukkig, het dorstige, buiten-adem-geluk dat je het gevoel geeft dat je duizend levens binnen in dat ene magere leven van je hebt.’

Hij ziet de ziel van mensen en denkt over mensen als dieren.

mama heeft als ziel een enorme zonnebloem. Hij is zo groot dat er nog maar net plaats is voor haar organen. Jude en ik hebben één ziel tussen ons in, die we moeten delen: een boom met brandende bladeren. En pa heeft een bord vol maden.’

‘Ze pakt mijn hand en ik denk aan otters die dobberend op hun rug in het water slapen, met hun handen vast zoals wij nu, zodat ze ’s nachts niet bij elkaar vandaan drijven.

Als je niet van beeldspraak houdt, kan dit misschien storend werken, maar mij pakte de schrijfstijl van Jandy Nelson helemaal in. Ik smulde van elke letter, van elk woord.

Ook de worstelingen van Noah worden mooi in beeld gebracht. Ik heb geen flauw idee of dit is hoe de auteur het bedoelde, maar in mij rees tijdens het lezen het vermoeden dat Noah autisme heeft. Verschillende aspecten deden me hieraan denken, zoals dat hij veel angst beleeft in sociale contacten, niet weet wat hij met zijn handen aanmoet, zijn obsessie voor kunst, rondjes lopen in zijn kamer als hij een tekening net goed krijgt,… Onderstaande passage vind ik in dit kader ontzettend treffend.

Als we op een helling met rotsen aan de rand van een riviertje zitten deel ik mijn theorie over zijn magische kracht met hem. Het water kabbelt langs ons alsof we ons op een stenen boot bevinden.
‘Ze hebben je echt heel goed voorbereid. Je zou zo voor een menselijke sterveling kunnen doorgaan,’ zeg ik. 
Hij lacht half. Ik zie een kuiltje in zijn wang dat me nog niet was opgevallen, boven in zijn wang. ‘Zeker,’ zegt hij. ‘Ze hebben me goed voorbereid. Ik speel zelfs honkbal.’ Hij gooit een kiezel in het water. Ik kijk hoe hij naar beneden zakt. Hij kijkt me met één opgetrokken wenkbrauw aan. ‘Jij daarentegen…’
Ik raap een steen op en gooi hem precies op de plek waar die van hem gezonken is. ‘Ja… helemaal geen voorbereiding. Ze hebben me gewoon in het diepe gegooid. Daarom… Ik heb geen idee.’ Ik wilde een grap maken, maar het komt er ernstig uit. Het komt eruit alsof het waar is. Omdat het waar is. Ik stond zo ontzettend achteraan in de rij toen de noodzakelijke informatie werd uitgedeeld. Brian gaat met zijn tong langs zijn onderlip en geeft geen antwoord.

Ook het thema ‘kunst’ is heel uitdrukkelijk aanwezig doorheen het boek: de passie voor kunst, de betekenis van kunst en hoe kunst maar echt tot leven komt of iets zegt als je jezelf erin laat zien.

‘Teken alsof het ertoe doet, mensen. Er is geen tijd te verliezen. Er is niks te verliezen. We scheppen de wereld opnieuw, niets minder. Begrepen?’
Net zoals mama altijd zegt. En ja, ik begrijp het. Mijn hart klopt steeds sneller. Ik begrijp het helemaal. 

Ook de tweelingband tussen Noah en Jude is een centraal thema in het boek. Het complexe gegeven van tweeling-zijn komt aan bod, zowel het elkaar heel goed aanvoelen en zich maar ‘half’ voelen zonder de ander, als de concurrentie en de strijd die er kan woeden. Een bijzonder mooi moment vond ik waar Jude het beeld NoahenJude met de zaag in tweeën deelde, zodat ze voortaan Noah en Jude konden zijn.

Wetend dat ik met deze zaag maar één keer kan doen wat ik moet doen, sla ik de band om mijn schouder, plaats het cirkelblad tussen Noahs schouder en de mijne en zet de machine aan. De zaag komt brullend tot leven. Mijn hele lichaam vibreert mee als ik de steen in tweeën splijt.
Zodat NoahenJude Noah en Jude wordt.
‘Je vermoordt ze?’ zegt Guillermo met een verbijsterde blik.
‘Nee,’ ik heb ze gered.’
Eindelijk.

Naast de thema’s van opgroeien (coming of age), ontluikende seksualiteit, homoseksualiteit, rouw,… gaat het boek voor mij bovenal over hoe gebeurtenissen in je leven ertoe kunnen leiden dat je je verstopt in jezelf, vaak onbewust (Brian verbergt zijn homoseksualiteit, mama verbergt haar affaire, Noah verbergt de waarheid over mama haar affaire, Jude verbergt zich achter haar geknipte haren en wijde kledij, Oscar verbergt zich door een rol te spelen en mensen op afstand te houden,…).
Voor mij is het bovenal een boek over je verstoppen en hoe je – naast veel lef en moed – ook mensen (of ten minste één mens) nodig hebt die je echt begrijpen en zien om weer tevoorschijn te kunnen komen.

‘Of misschien wel een aal,’ zeg ik, nog steeds verbaasd dat ik zo veel dingen hardop zeg die ik normaal gesproken alleen tegen mezelf zeg. ‘Het moet gaaf zijn om elektrische lichaamsdelen te hebben, toch? Zoals jouw haar.’
Ik hoor zijn gedempte lach door de zaklamp en binnen in me ontploft iets van geluk. Volgens mij ben ik al die jaren alleen maar zo stil geweest omdat Brian er niet was om alles aan te vertellen.

En oké, ik heb ook wel wat minpuntjes aan te merken. Vooral naar het einde van het boek werd het me soms wat te zeemzoet en viel alles net iets te mooi op zijn plaats.
Ook kwam het me niet realistisch over dat Guillermo niet wist dat Jude de dochter van zijn geliefde was (hij was haar mentor voor school, dus daar horen normaal toch wat officiële documenten bij?) of dat Noah niet te weten kwam dat Jude zijn enveloppe met zijn aanmelding voor ASK verduisterde (scholen sturen meestal toch een brief naar zowel degenen die aangenomen als afgewezen zijn, dus dan zou het Noah moeten opgevallen zijn dat hij helemaal geen brief kreeg?).
Ten slotte, kan ik ook het personage van de vader van Noah en Jude moeilijk vatten. Eerst wordt hij neergezet als een stoere kerel die heel wetenschappelijk ingesteld is en van sport houdt. Hij zegt dingen tegen Noah als ‘Je moet dapper zijn, zelfs als je bang bent, dat moet je doen als man‘ of ‘Vind je het niet erg dat een meisje je komt helpen als je in elkaar geslagen wordt?’ of ‘Vind je het niet erg dat je altijd voor elk team als laatste wordt gekozen?‘. Maar aan het einde van het boek lijkt hij ineens een heel ander man (hij laat zich helemaal gaan als hij apart gaan wonen en na de dood van mama, hij kan ineens wel over zijn gevoelens praten, heeft geen enkel probleem met de homoseksualiteit van zijn zoon, wil zelfs op een woonboot gaan wonen,…) zonder dat het mij duidelijk werd hoe en waarom en waar hij deze gedaanteverwisseling heeft gemaakt.

Maar los van deze minpunten, blijft het voor mij een briljant boek dat me diep heeft weten te raken. Echt een aanrader dus!!

Eén reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *